Overzicht maatregelen Covid-19: werkgevers – juli 2020

03/08/2020

In dit overzicht vindt u de belangrijkste maatregelen die voor een werkgever van toepassing kunnen zijn. Dit is een summier, niet-limitatief overzicht.

Voor concrete of bijkomende maatregelen voor uw bedrijf of uw sector, verwijzen wij u naar uw sociaal secretariaat.

  1. Tijdelijke werkloosheid
  2. Consumptiecheque
  3. 120 extra overuren
  4. Nieuwe gedeeltelijke vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing

1) Tijdelijke werkloosheid

Tot 31 augustus 2020 kunnen alle werkgevers die door de crisis een gebrek aan werk voor hun werknemers hebben, een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona.

Om tijdelijke werkloosheid wegens corona-overmacht in te zetten, is het niet nodig om een aanvraag bij de RVA in te dienen om de tijdelijke werkloosheid te laten starten. Alle aanvragen die al gedaan werden, ook in het kader van tijdelijke werkloosheid om economische redenen, worden automatisch aanvaard voor de periode van 13 maart tot 31 augustus.

Let wel, het is niet omdat je nu geen aanvraag meer moet doen, dat je geen grond tot overmacht meer moet kunnen aantonen. Wij raden je dan ook aan een gemotiveerd dossier op te stellen met daarin de redenen die aanleiding geven tot het toepassen van de tijdelijke werkloosheid. Dit hou je goed bij en leg je voor aan de RVA indien ze controles uitvoeren.

In deze FAQ opgesteld door de RVA kan je alle redenen voor tijdelijke werkloosheid vinden.

Ook moeten er geen C 3.2 A controlekaarten meer afgeleverd en ingevuld worden voor de maanden maart tot en met augustus. Dit geldt ook voor de C 3.2 A-bouw.

Vanaf 1 september 2020 kan je echter niet langer in alle gevallen gebruik maken van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht omwille van het coronavirus. Afhankelijk van je situatie zal je ofwel tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona kunnen blijven inzetten, ofwel gebruik moeten maken van één van de andere vormen van tijdelijke werkloosheid, zoals economische werkloosheid. Voor die economische werkloosheid worden de voorwaarden versoepeld in het kader van de coronacrisis.

Wat moet er dan concreet gebeuren?

Maand per maand doe je de aangifte WECH005 (ASR scenario 5) waardoor de uitbetalingsinstellingen en de RVA weten voor welke dagen ze uitkeringen moeten betalen. In deze aangifte duid je bij type aan dat het gaat om tijdelijke werkloosheid wegens overmacht. En bij de reden, een veld dat je verplicht moet invullen, vermeld je ‘Corona’. Ben je aangesloten bij ons sociaal secretariaat, dan gebeurt deze aangifte automatisch op basis van de ingevoerde code 4713 (tijdelijke werkloosheid overmacht corona).

De Groep van 10 heeft op 14 april een akkoord bereikt over een meldingsplicht van de werkgever ten aanzien van werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld. Het gaat om een melding die de werkgever aan zijn tijdelijk werkloze werknemers richt en waarin met name de periode van tijdelijke werkloosheid en de exacte dagen van werkloosheid worden opgenomen. De meldingsplicht geldt pas van zodra ze officieel in de regelgeving wordt vastgelegd. In volgend artikel kom je meer te weten over het akkoord dat de groep van 10 heeft bereikt.

Er is ook goed nieuws voor je medewerkers want zij ontvangen naa

st de verhoogde uitkering van 70 procent van het gemiddeld loon (begrensd op 2 754,76 euro) ook een supplement van 5,63 euro. Beide bedragen worden betaald door de uitbetalingsinstelling, dus de vakbond of de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. Voor de maanden mei tot en met december 2020 zal er op deze bedragen slechts 15% bedrijfsvoorheffing worden ingehouden (normaal is dit 26,75%). Aan de behandeling in de personenbelasting wijzigt niets.

Tijdelijke werkloosheid wegens overmacht voor bedrijven of sectoren in moeilijkheden

Vanaf 1 september 2020 kunnen slechts bepaalde werkgevers nog een beroep doen op tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona en dit tot 31 december 2020.

Concreet is tijdelijke werkloosheid als gevolg van corona-overmacht enkel mogelijk vanaf 1 september voor:

Bijzonder getroffen sectoren:

  • Dit zijn sectoren waarin de activiteiten aanzienlijk zijn afgenomen als gevolg van de maatregelen van de minister van Binnenlandse Zaken. Deze sectoren worden nog formeel door de regering aangeduid, maar vooralsnog is er geen lijst gepubliceerd. Voorlopig is er dus enkel de voorwaarde voor ondernemingen in moeilijkheden (zie volgend punt);
  • Ondernemingen die in het bijzonder getroffen zijn. Het gaat om werkgevers die in het tweede kwartaal van 2020 een aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona hebben ingevoerd ten belope van minstens 20% van het totale aantal dagen dat bij de RSZ werd aangegeven.

Om het totaal aantal dagen te bepalen hou je geen rekening met:

  • verlof zonder wedde
  • ziekte na de periode van gewaarborgd loon
  • moederschapsrust en werkverwijdering tijdens of na de zwangerschap
  • geboorte-, adoptie- en pleegouderverlof

In de betrokken ondernemingen kan de overmachtsregeling ook worden ingevoerd voor eventuele uitzendkrachten die er worden tewerkgesteld.

Andere werkgevers zullen gebruik moeten maken van de andere bestaande vormen van tijdelijke werkloosheid. Zo kunnen zij wellicht gebruik maken van tijdelijke werkloosheid om economische redenen, waarvoor de procedure vanwege de crisis is versoepeld (zie verder).

Tijdelijke werkloosheid om economische redenen (overgangsregeling)

De andere werkgevers kunnen gebruik maken van een overgangsmaatregel om de overstap van de procedure van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht corona naar economische werkloosheid makkelijker te maken. Hoe ziet de overgangsregeling er uit?

​Arbeiders

​Voor arbeiders zal je de normale procedure voor tijdelijke werkloosheid om economische redenen weer moeten volgen, maar je zal een volledige schorsing voor acht weken kunnen toepassen in plaats van vier weken. Na deze acht weken moet je de tijdelijk werkloos gestelde arbeiders een week weer aan het werk zetten. Voor de gedeeltelijke grote schorsing, wat inhoudt dat je minder dan 3 werkdagen per week of minder dan een werkweek op twee hebt, wordt de aanvraagperiode opgetrokken van drie maanden naar achttien weken. Ook na deze periode is er een verplichte werkweek.

Bedienden

Voor bedienden zal je geen erkenning als onderneming in moeilijkheden meer moeten vragen door het indienen van een ondernemingsplan. Wel zal je moeten aantonen dat je een substantiële daling van ten minste 10% van de omzet of de productie hebt gekend voor het kwartaal voorafgaand aan de tijdelijke werkloosheid en dit in vergelijking met hetzelfde kwartaal van 2019. Als er geen sectorale cao is die de tijdelijke werkloosheid mogelijk maakt, zal je alsnog een ondernemingsplan moeten opstellen. Dit zal je enkel moeten opsturen naar de FOD WASO en niet laten goedkeuren.

Bovendien wordt verwacht dat de intersectorale cao 147 tot eind december zal worden verlengd. Dan vermeld je die als grond voor het invoeren van de tijdelijke werkloosheid om economische redenen voor je bedienden. De formaliteiten die je moet vervullen naar de RVA toe, zullen herleven. Twee weken voorafgaand aan de eerste dag van tijdelijke werkloosheid bezorg je dus een formulier C 106 A aan de RVA. Daarnaast bepaalt het volmachtenbesluit dat je je tijdelijk werkloze bedienden twee vormingsdagen per maand moet aanbieden. Verwacht wordt echter dat de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten (VDAB, Forem, Actiris, ADG) deze taak zullen overnemen.

Als je aan bovenstaande voorwaarden voldoet, dan kan je een totale schorsing van 24 weken in plaats van 16 weken toepassen. Aan het einde van deze (opmerking: in de vorige zin gaat het over 24 en 16 weken – klopt de verwijzing?) 24 weken moet je je tijdelijk werkloze werknemers weer voor een week aan het werk zetten. Voor de grote gedeeltelijke schorsing, die inhoudt dat werknemers minder dan 3 dagen per week of minder dan één op de twee weken werken, wordt de periode verlengd van 26 weken tot 34 kalenderweken. Ook hier is een week werken aan het einde van deze schorsingsperiode verplicht.

Vergeet niet het formulier C 3.2.A, dat vanaf september verplicht is, af te leveren aan je medewerkers.

2) Consumptiecheque

Op vrijdag 17 juli werd in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit gepubliceerd dat de langverwachte consumptiecheque mogelijk maakt. Deze cheque kan je als werkgever vrij van sociale en fiscale bijdragen aan je medewerkers toekennen als extraatje. Bovendien is hij aftrekbaar voor jou als werkgever. Daarbij steun je de door de corona maatregelen zwaarst getroffen sectoren. Een win-win situatie.

Wat is er mogelijk?

  • Je kan de consumptiecheque toekennen in papieren of elektronische vorm. Voorlopig vermeldt het gepubliceerd besluit enkel nog maar de papieren consumptiecheque, maar op donderdag 16 juli werd in het parlement een wet goedgekeurd die de consumptiecheque in elektronische vorm mogelijk maakt. Je bestelt de cheques bij een erkende uitgiftemaatschappij of koopt ze aan op de plaats waar ze besteed kunnen worden, dus bijvoorbeeld in een restaurant naar keuze.
  • De minimale waarde van een consumptiecheque is 10 euro. De totaalwaarde mag niet meer dan 300 euro zijn.
  • Tot het maximumbedrag zijn ze vrij van RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing en zijn ze aftrekbaar als beroepskost.
  • Ze mogen geheel, noch gedeeltelijk ingeruild worden voor geld.
  • De toekenning moet vervat zijn in een sectorale cao, een ondernemingscao of in een individuele overeenkomst. De sector waarin je actief bent kan dus initiatief nemen om consumptiecheques toe te kennen en dan zal je deze verplicht moeten afleveren aan de medewerkers die er volgens de cao recht op hebben. In paritair comité 330 zal het federaal zorgpersoneel consumptiecheques ontvangen. Doet je sector niets of wil je in afwachting van een eventuele sectorale regeling al consumptiecheques, dan kan je een ondernemingscao sluiten of werken met individuele overeenkomsten indien er geen vakbondsafvaardiging is in je onderneming. De paritaire comités 104, 118, 200 en 220 hebben namelijk al te kennen gegeven geen sectoraal akkoord te kunnen of zullen sluiten. Met vragen hierover kan je bij je dossierbeheerder terecht.
  • De consumptiecheque is een extraatje dat je toekent en kan dus niet in de plaats van verworven loon, premies of andere voordelen worden toegekend.
  • De cheques moeten worden afgeleverd op naam van de medewerker en je moet het totaalbedrag van de afgeleverde cheques vermelden op de individuele rekening.
  • Ken je ze toe, dan moet de uitreiking ervan gebeuren voor 31 december 2020. De geldigheidsperiode van de cheques is steeds 8 juni 2020 tot 7 juni 2021, ongeacht de datum van uitreiking.
  • Momenteel is er nog discussie of ook bedrijfsleiders een vrijgestelde consumptiecheque kunnen krijgen.

Je medewerkers kunnen ze besteden:

  • In een horecazaak
    • In een kleinhandelszaak die verplicht langer dan één maand gesloten zijn geweest en die, in de gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de consument in de vestigingseenheid, goederen of diensten aanbieden;
    • Bij een erkende of gesubsidieerde culturele vereniging
    • Bij een sportvereniging voor wie een federatie bestaat, op gemeenschaps- of nationaal niveau.

Behoor je tot één van deze zwaar getroffen sectoren, betekent dit ook voor jou dus mogelijk nog een extra duwtje in de rug.

3) 120 extra vrijwillige netto-uren zonder overloontoeslag voor de kritieke sectoren

Een aantal door de coronacrisis zwaar getroffen werkgevers kunnen een gedeelte van de bij hun werknemers ingehouden bedrijfsvoorheffing voor de maanden juni, juli en augustus bijhouden, in plaats van door te storten aan de fiscus.

De bedoeling is om op deze manier de kost voor het werknemers uit tijdelijke werkloosheid te halen te verminderen.

Je kan van deze maatregel gebruik maken wanneer je tussen 12 maart en 31 mei 2020, beide data inbegrepen, gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen gebruik hebt gemaakt van tijdelijke werkloosheid. Alle soorten tijdelijke werkloosheid komen hiervoor in aanmerking.

De berekening gebeurt door de bedrijfsvoorheffing van juni, juli  en augustus te vergelijken met de bedrijfsvoorheffing van mei. Er wordt echter enkel rekening gehouden met de bedrijfsvoorheffing op loon en voordelen van alle aard (niet op vakantiegeld, eindejaarspremie, achterstallige bezoldigingen, opzegvergoedingen en vervangingsinkomsten zoals extralegale bijpassen bij de uitkeringen tijdelijke werkloosheid). De vergelijking moet gemaakt worden voor elk van de drie maanden, en de helft van het verschil met mei mag je bijhouden (voor een maximum van 20 miljoen euro voor de drie maanden samen). Kan je nog andere vrijstellingen toepassen, dan worden eerst de andere vrijstellingen toegepast en komt deze vrijstelling pas als laatste aan bod.

De vrijstelling is niet van toepassing op de ondernemingen die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020 een inkoop van eigen aandelen of een toekenning of uitkering van dividenden hebben gedaan, of in diezelfde periode een kapitaalvermindering of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben gedaan. Ook ondernemingen gelieerd met een vennootschap in een belastingparadijs worden uitgesloten.

4) Nieuwe gedeeltelijke vrijstelling doorstorting van bedrijfsvoorheffing

Een aantal door de coronacrisis zwaar getroffen werkgevers kunnen een gedeelte van de bij hun werknemers ingehouden bedrijfsvoorheffing voor de maanden juni, juli en augustus bijhouden, in plaats van door te storten aan de fiscus.

De bedoeling is om op deze manier de kost voor het werknemers uit tijdelijke werkloosheid te halen te verminderen.

Je kan van deze maatregel gebruik maken wanneer je tussen 12 maart en 31 mei 2020, beide data inbegrepen, gedurende een ononderbroken periode van minstens 30 kalenderdagen gebruik hebt gemaakt van tijdelijke werkloosheid. Alle soorten tijdelijke werkloosheid komen hiervoor in aanmerking.

De berekening gebeurt door de bedrijfsvoorheffing van juni, juli  en augustus te vergelijken met de bedrijfsvoorheffing van mei. Er wordt echter enkel rekening gehouden met de bedrijfsvoorheffing op loon en voordelen van alle aard (niet op vakantiegeld, eindejaarspremie, achterstallige bezoldigingen, opzegvergoedingen en vervangingsinkomsten zoals extralegale bijpassen bij de uitkeringen tijdelijke werkloosheid). De vergelijking moet gemaakt worden voor elk van de drie maanden, en de helft van het verschil met mei mag je bijhouden (voor een maximum van 20 miljoen euro voor de drie maanden samen). Kan je nog andere vrijstellingen toepassen, dan worden eerst de andere vrijstellingen toegepast en komt deze vrijstelling pas als laatste aan bod.

De vrijstelling is niet van toepassing op de ondernemingen die tijdens de periode van 12 maart 2020 tot 31 december 2020 een inkoop van eigen aandelen of een toekenning of uitkering van dividenden hebben gedaan, of in diezelfde periode een kapitaalvermindering of elke andere vermindering of verdeling van het eigen vermogen hebben gedaan. Ook ondernemingen gelieerd met een vennootschap in een belastingparadijs worden uitgesloten.

Vragen? Contacteer Bart Pessemier – 052/35.22.55 – bart@kmo-consulting.be

Deel dit blogbericht

Share on linkedin
LinkedIn
Share on facebook
Facebook
Share on print
Print

NIEUWSBRIEF

KMO Consulting zegt…
Trends, nieuws,.. ontvangt u ze graag?

Wij werken niet voor maar met onze klanten,
Samen naar beter

BART PESSEMIER - ZAAKVOERDER